Niet één maar twee Heilig Jaren in 2026
Twee religieuze families vieren een bijzonder Heilig Jaar
Op 6 januari jl. sloot Paus Leo XIV de Heilige Deur van de Sint‑Pietersbasiliek in Rome. Daarmee kwam het Heilig Jaar Pelgrims van hoop ten einde. Toch is er inmiddels opnieuw een Heilig Jaar geopend en niet één maar zelfs twee. Dat komt doordat de Kerk naast de universele jubeljaren ook Heilige Jaren kent die verbonden zijn aan religieuze gemeenschappen of aan bedevaartplaatsen. In 2026 vieren twee religieuze families een bijzonder Heilig Jaar: de Franciscaanse Orde en de Karmelietenorde.
De karmelieten vieren van 14 december 2025 tot 26 december 2026 een Heilig Jaar ter gelegenheid van Johannes van het Kruis. Hij werd in 1726 heilig verklaard en in 1926 uitgeroepen tot kerkleraar. Johannes van het Kruis geldt als een van de belangrijkste mystici binnen de Kerk. Zijn leven stond in het teken van de hervorming van de Karmel. Daarnaast heeft paus Leo, ter gelegenheid van de 800ste sterfdag van Franciscus van Assisi, bepaald dat van 10 januari 2026 tot 10 januari 2027 een Heilig Jaar wordt gehouden. Dit jubileum is in het bijzonder bedoeld voor leden van franciscaanse gemeenschappen, zowel religieuzen als leken, al kunnen ook andere gelovigen eraan deelnemen. Zo blijkt dat, hoewel het Heilig Jaar 2025 is afgesloten, er in 2026 opnieuw Heilige Jaren worden gevierd.
Verandering in Vaticaanse top
Paus Leo XIV heeft maandag 30 maart jl. een opvallende reeks benoemingen gedaan binnen het Vaticaan. Aartsbisschop Edgar Peña Parra vertrekt als sostituto naar Italië en San Marino, waar hij nuntius wordt. Hij wordt opgevolgd door de Italiaanse aartsbisschop Paolo Rudelli. De Kroatisch-Canadese aartsbisschop Petar Rajič krijgt de leiding over de Pauselijke Huishouding.
Met deze wisselingen kiest Leo XIV voor ervaren diplomaten van buiten het Vaticaanse machtscentrum, in de hoop een nieuwe, meer stabiele koers te varen. Zijn voorganger paus Franciscus haalde Peña Parra in 2018 juist binnen als hervormer, maar diens positie kwam onder druk te staan door diverse controverses, waaronder zijn rol in financiële schandalen en een omstreden poging tot rehabilitatie van een veroordeelde priester.
De benoeming tot nuntius lijkt dan ook een elegante uitweg: eervol, maar met minder directe invloed in Rome. Tegelijk onderstreept Leo XIV met deze ‘stoelendans’ zijn intentie om de hervormingen voort te zetten, met bestuurders die volgens de regels opereren en nieuwe problemen moeten voorkomen.