De kerk als verrotting
Hoe groot of klein een groep of gemeenschap ook is, automatisch ontstaat er een vorm van institutionalisering. Van niet of nauwelijks uitgesproken afspraken tot hele wetboeken, de manier van omgaan met elkaar is altijd wel geregeld. Zo ook in de kerk.
Nu zijn er veel mensen die zeggen wel te geloven maar tegen het instituut van de kerk te zijn. Zeker met de vreselijke ontsporingen, zoals het seksueel misbruik. De kerk die een zo strenge moraal heeft, heeft hierdoor voor velen haar geloofwaardigheid verloren. Hoe kan de kerk dan toch nog fantastisch zijn, vraag je je af. Is Rik Torfs niet goed bij zijn hoofd om dat nog te vinden?
Drie houdingen herkent Torfs als het gaat om de kerk als instituut. Hij bespreekt ze in het derde hoofdstuk van zijn boek onder de opmerkelijke titel ‘de kerk als verrotting.’
Optimistisch
Als eerste noemt hij de optimistische houding. Die is te herkennen bij wie zegt dat het met Gods kerk wel goedkomt. Deze gaat ervan uit dat wat kwaad is op enig moment wordt weggezuiverd. Dit gebeurt ook daadwerkelijk. Zo heeft bijv. paus Johannes Paulus II allerlei dwarsdenkers en lastposten in de kerk onder druk gezet of het zwijgen opgelegd. ‘Dat lijkt zuiverend,’ zegt Torfs. ‘Maar wie overbleven waren niet de moedigsten, ze werkten doorgaans weinig inspirerend en schaadden door hun grijsheid het imago van de kerk. Bovendien stokte door de zuivering ook de nieuwe instroom van geëngageerde priesterkandidaten of bevlogen theologen. In het Westen liep hun aantal terug.’ (p. 35) Zo hoopvol werkt deze houding dan ook niet uit.
Fatalistisch
De tweede houding is eerder fatalistisch te noemen. Wie zo kijkt, ziet de kerk vooral als mensenwerk. En aangezien mensen per definitie onvolmaakt zijn, is de kerk dat ook, is de gedachte. Mensen van de kerk – en zeker hun leiders – willen wel het goede, maar slagen daar maar zelden in. Er is machtsmisbruik, egoïsme en ijdelheid. Zoals overal in de samenleving. Daar moet je gewoon mee leren leven. De fatalist verwacht dus niet veel van de kerk. Natuurlijk weet deze dat er veranderingen nodig zijn, maar door de onvolmaaktheid van de mens gaat hij er niet van uit dat deze van de grond zullen komen. Het is niet moeilijk om vanuit de gedachte dat de kerk niks is en niks zal blijven, te zeggen dat het geloof dan ook wel niks zal zijn. Een fatalist zal wel niet gauw zeggen dat de kerk fantastisch is.
Relativerend
Dat hij dat toch kan, komt doordat Rik Torfs nog een derde houding herkend heeft. Daarbij wordt in het falen van het instituut de kracht gevonden om christelijk te leven. Of zoals Michel de Certeau (1925-1986) schreef: ‘l’institution comme pourriture’. Deze Franse jezuïet stelde dat het kerkelijk systeem van voor het Tweede Vaticaans concilie ingestort was. Het concilie kon dat niet zomaar veranderen, ook al stond het toe dat voortaan in de landstaal gesproken en gevierd kon worden. De gehanteerde religieuze taal gleed als het ware weg van de samenleving. Een inhoudelijke en spirituele oppervlakkigheid ontstond. De wetenschap probeerde deze leegte wel op te vullen, maar was daartoe niet in staat. Misschien wel ‘door het feit dat de veel geprezen wetenschappelijke methode niet echt tegen de kerk hoefde te vechten, ze niet meer hoefde te verslaan.’ (p41)
De Certeau besefte dat hij in zijn denken en zijn geloven opnieuw moest beginnen. Bij nul. Dat inspireert Torfs, bijvoorbeeld als hij als kerkjurist en als lekengelovige, geconfronteerd wordt met de pedofiliecrisis in de kerk, of ook als hij tegen harde, laffe, defensieve kerkleiders aanloopt, die bang zijn nieuwe fouten te maken en zich vooral om de eigen reputatie bekommeren. ‘Vanuit de gedachte “dit is niet de kerk die we willen” kan het geloof een nieuwe impuls krijgen. Of levend blijven. Als het moet even op een laag pitje. Dat hoeft niet erg te zijn.’ (p. 45)
‘Michel de Certeau maakte van een moeilijk dilemma – voor of tegen de kerk – een onverwachte kans. Door de relativiteit van de kerk te beklemtonen. En door in alles wat afsterft een nieuw begin te zien.’ (p. 48)
De kerk als verrotting dus. Ik zou het beeld niet bedacht hebben, maar vind het inspirerend. ‘Als de kerk het goede doet, voedt ze de christelijke boodschap. Maar dat doet ze evenzeer wanneer ze het kwade verricht en haar verrotting humus oplevert.’ (idem) Kunt u zich herkennen in dit beeld?
Pastor Annemieke de Jong-van Campen