De kerk als gebouw
Als iemand het over de kerk heeft, zal negen op de tien keer eerst aan een gebouw gedacht worden. We zien een plaatje voor ons zoals we een kerk tekenen: een toren en een schip. Of zoals de kerk uit onze eigen stad of ons eigen dorp eruitziet.
Als Rik Torfs wil betogen dat de kerk fantastisch is, begint hij dan ook met een hoofdstuk over de kerk als gebouw. Want kerkgebouwen hebben hem altijd geraakt, schrijft hij. ‘Vooral als ze stil waren en leeg bleven. Ze verwezen naar een aspect van het bestaan dat wij aanwezig weten maar waaraan we weinig aandacht schenken, tenzij op onverwachte, moeilijke momenten.’ (p. 22)
Tijdens zijn studiejaren liep hij dagelijks langs een kapel waar hij even naar binnen ging. Hij waardeert het dat ‘[die kapel] zich zo prachtig inspande om niets, werkelijks niets meer te zijn dan enkel zichzelf. Dat ze mij niet tot diep geloof of tot heroïsche daden aanspoorde. Dat ze mij volkomen met rust liet en de goedheid had onaantrekkelijk genoeg te zijn zodat bezoekers niet stormliepen om haar te betreden. […] De kapel gunde mij het plezier dat ze niet anders verlangde dan enkel gebouw te zijn. Die openheid van geest kan zelfs de meest gastvrije theologie nooit bieden. Ze wil altijd meer. Zelfs als ze je vrijlaat in je gedachten, wil ze daar eerst keurig de nadruk op leggen. Dat is al te veel. Iemand die komt vertellen dat je vrij mag zijn, beperkt die vrijheid door zich het recht toe te eigenen haar te schenken. Een kerkgebouw laat meer vrijheid dan gelijk welke leer.’ (p. 25)
Nutteloos
Als gebouw is de kerk dan ook veel waard. Als kerkgebouw dan wel te verstaan, niet als bibliotheek of restaurant. Als ze ‘nuttig’ wordt, een economische functie krijgt, verliest zij haar mysterie. Dat ziet Torfs als ontheiliging, ook als de ontwijding van een kerk keurig volgens de regeltjes is verlopen. Als een kerk een concrete invulling krijgt, laat zij ons minder vrij. Terwijl de vrijheid die een kerk ons schenkt een groot goed is volgens Torfs.
Maar een kerk hoeft wat hem betreft niet alleen bestemd te blijven voor liturgie en rituelen. Integendeel: hij wenst dat een kerk ‘meer kan zijn dan je denkt’. Ruimte om te schuilen. Om op adem te komen. Om er te zijn. ‘Ook om te bidden, mochten mensen dat willen. En als ze niet bidden, bidt de kerk in hun plaats.’ (p. 31)
De kerk moet kerk blijven. Om kunst in de natuurlijke omgeving te kunnen zien. Om muziek in te kunnen beleven. En wat Torfs betreft, wetend dat de meningen daarover verschillen, moeten er niet-religieuze activiteiten mogelijk zijn. ‘Niet enkel, en zelfs niet zozeer voor de gelovigen, maar voor de hele samenleving.’ Dat is goed voor de portemonnee van de parochie. ‘Tegelijk blijft een kerk een duur en moeilijk te verwarmen gebouw waarvan de schitterende nutteloosheid niet mag worden onderschat. Dan is ze op haar best, is haar religieuze dimensie het grootst. Stel, de kerk staat in het midden van dorp of stad. Maar ze is geen kerk meer. Ze is voortaan een supermarkt of een hotel. Ineens is ze niet meer het hart van het dorp en heeft het dorp geen hart meer. Enkel een nieuwe supermarkt. Waar je naast knolselderie en dure wijn ook verdriet kunt kopen.’ (p. 31-32)
Pastor Annemieke de Jong-van Campen
Post scriptum
De Pax Christi kent vier kerkgebouwen die in de hierboven beschreven zin alle op hun eigen manier fantastisch zijn. Ze staan in een bisdom en een kerkprovincie waar (net als in het België van Torfs overigens) bisschoppen zich regelmatig genoodzaakt voelen een kerkgebouw als kerk te sluiten. Wat het voorland is van onze vier kerken, weten we niet. Maar vooralsnog is het beleid van de parochie te zoeken naar mogelijkheden om de gebouwen kerkgebouw te laten blijven in de betekenis die Torfs eraan geeft. Een gebouw dat nutteloos mag blijven én van waarde voor íedereen. ‘Daarom moeten kerken elke dag open zijn, vindt Torfs’. ‘Stel vrijwilligers vrij van vergaderingen die over binnenkerkelijke structuurhervormingen gaan en laat hen gewoon in het kerkgebouw nietsdoen,’ (p. 32) Ik zou dat een dienst aan de samenleving noemen. Of maak ik de kerk daarmee toch weer nuttig? Hoe dan ook: onze vrijwilligers van de kerkopenstelling ervaren dat zij diaconaal bezig zijn.